Artikel 8: De Afdelingen, Onderafdelingen en Kernen

Artikel 8: De Afdelingen, Onderafdelingen en Kernen2019-03-16T15:33:36-03:00

Taken en formatie

8.1 De taken van de Afdelingen, Onderafdelingen en Kernen (die gezamenlijk nader de Partijstructuren worden genoemd) zijn:

De Afdelingen
  1. het geven van leiding en sturing aan de Onderafdelingen en Kernen;
  2. het overbrengen en communiceren van de visie, de doelstellingen en het partijprogramma in het district;
  3. het uitvoeren van het beleid zoals uitgestippeld door de RVT en opgelegd door het Hoofdbestuur;
  4. het rekruteren van leden en het voeren van propaganda binnen het desbetreffend district.
De Onderafdelingen
  1. het geven van leiding en sturing aan de Kernen;
  2. het overbrengen en communiceren van de visie, de doelstellingen en het partijprogramma in het desbetreffend ressort;
  3. het uitvoeren van het beleid zoals uitgestippeld door de RVT en opgelegd door het Hoofdbestuur;
  4. het rekruteren van leden en het voeren van propaganda binnen het desbetreffend ressort.
De Kernen
  1. het overbrengen en communiceren van de visie, de doelstellingen en het partijprogramma in het gebied waar de Kern zich bevindt, zoals vastgesteld door het Hoofdbestuur;
  2. het uitvoeren van het beleid zoals uitgestippeld door de RVT en opgelegd door het Hoofdbestuur;
  3. het rekruteren van leden en het voeren van propaganda binnen het gebied waar de kern zich in bevindt.

De Afdelingen

8.2 De Afdelingen worden vastgesteld per begrenzing van elk district bepaalt en telt elk district derhalve 1 afdeling. De Ledenvergadering van de Afdeling bestaat uit het bestuur van de Afdeling zelf en de dagelijkse besturen van alle Onderafdelingen. Indien er in een district niet afdoende leden zijn in ressorten om een deugdelijke Onderafdeling te formeren, is het Hoofdbestuur bevoegd, om na advies van de RVT te hebben ingewonnen, te beslissen dat het desbetreffend district geen Onderafdeling zal hebben. Alleen in dit geval worden alle leden van het district onder gebracht onder de Afdeling van het desbetreffend district.

8.3 Het bestuur van de Afdeling wordt gekozen door het Hoofdbestuur en de RVT voor de duur van 5 jaren en bestaat uit minimaal 7 en maximaal 15 personen. De bestuursleden die in functie worden benoemd zijn: een voorzitter, ondervoorzitter, secretaris, tweede secretaris, eerste penningmeester, tweede penningmeester en leden. De voorzitter en ondervoorzitter worden elk afzonderlijk gekozen, terwijl de overige bestuursfuncties, waaronder penningmeester, secretaris en leden onderling worden verdeeld. Alleen in de omstandigheid dat het district noch een Onderafdeling noch een Kern heeft, bestaat de Afdeling uit het bestuur zoals hiervoor vermeld en separate leden, zijnde alle leden van het desbetreffend district. In dit geval bestaat de Ledenvergadering uit het bestuur en de leden.

8.4 Het dagelijks bestuur wordt gevormd door de voorzitter, onder voorzitter, eerste penningmeester en eerste secretaris. Het bestuur wordt gekozen voor een periode van 5 jaren en is na het verstrijken van de termijn verplicht bestuursverkiezingen te houden. Indien het aantal bestuursleden minder dan 7 is, blijft het bestuur bevoegd, doch is zij verplicht zo spoedig mogelijk een Ledenvergadering bijeen te roepen, waarbij in de openstaande vacature dient te worden voorzien. Totdat deze ALV is belegd, is het bestuur bevoegd om interim leden aan te wijzen welke mogen functioneren in de opengevallen functies.

De Onderafdelingen

8.5 De Onderafdelingen worden gevormd door de leden die woonachtig zijn in de ressorten die bij wet zijn vastgesteld, waarbij de grenzen als zodanig reeds zijn gedemarqueerd. Leden die in deze ressorten woonachtig zijn, behoren dan van rechtswege tot desbetreffende Onderafdeling. Het bestuur van de Onderafdeling wordt gekozen door het Hoofdbestuur en telt minimaal 7 en maximaal 15 personen. In functie worden benoemd: een voorzitter, vicevoorzitter, eerste secretaris, tweede secretaris, eerste penningmeester, tweede penningmeester en leden.

8.6 De voorzitter en ondervoorzitter worden elk afzonderlijk gekozen, terwijl de overige bestuursfuncties, waaronder penningmeester, secretaris en leden onderling worden verdeeld. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door de voorzitter, onder voorzitter, eerste penningmeester en eerste secretaris. Het bestuur wordt gekozen voor een periode van 5 jaren en is na het verstrijken van de termijn verplicht bestuursverkiezingen te houden. Indien het aantal bestuursleden minder dan 5 is, blijft het bestuur bevoegd, doch is zij verplicht zo spoedig mogelijk een Ledenvergadering bijeen te roepen, waarbij in de openstaande vacature dient te worden voorzien. Totdat deze ALV is belegd, is het bestuur bevoegd om interim leden aan te wijzen welke mogen functioneren in de opengevallen functies.

De Kernen

8.7 Het Hoofdbestuur is bevoegd om Kernen in het leven te roepen binnen de wettelijk vastgestelde ressorten en bepaald zij de begrenzing van de Kernen, na advies van de RVT te hebben ingewonnen. Het bestuur van de Kernen wordt gekozen door het Hoofdbestuur en bestaat uit minimaal 5 en maximaal 9 leden.

8.8 In functie worden gekozen en benoemd, een voorzitter, een secretaris, een penningmeester en leden. De voorzitter wordt afzonderlijk gekozen, terwijl de overige bestuursfuncties, waaronder penningmeester, secretaris en leden onderling worden verdeeld. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door de voorzitter, penningmeester en secretaris. Het bestuur wordt gekozen voor een periode van 5 jaren en is na het verstrijken van de termijn verplicht bestuursverkiezingen te houden. Indien het aantal bestuursleden minder dan 5 is, blijft het bestuur bevoegd, doch is zij verplicht zo spoedig mogelijk een vergadering bijeen te roepen, waarbij in de openstaande vacature dient te worden voorzien. Totdat deze ALV is belegd, is het bestuur bevoegd om interim leden aan te wijzen welke mogen functioneren in de opengevallen functies.

8.9 Het Hoofdbestuur gaat over tot de oprichting van een Kern, indien zij van mening is dat de omvang van het aantal leden binnen de Onderafdeling te groot is voor het bestuur om leiding aan te geven.

De bestuurs- en Ledenvergaderingen

8.10 De besturen van de Partijstructuren vergaderen zo dikwijls de voorzitter dat nodig acht, doch minimaal 1 maal per maand.

8.11 Twee derde van het aantal bestuursleden van de Partijstructuren is bevoegd schriftelijk een vergadering te verzoeken aan hun desbetreffende voorzitter, met vermelding van de agendapunten. Desbetreffende voorzitter dient binnen uiterlijk 2 weken na ontvangst van het verzoek aan te geven, indien hij/zij zal overgaan tot het al dan niet bijeenroepen van de vergadering. Ingeval het verzoek wordt gehonoreerd, dient de vergadering per ultimo 1 maand na kennisgeving van het besluit te worden uitgeschreven. Indien het verzoek door de voorzitter wordt geweigerd, dient zulks schriftelijk met redenen omkleed aan de verzoekers te worden medegedeeld. Tegen dit besluit kan binnen 3 weken, na in kennis te zijn gesteld van de afwijzing, in beroep worden gegaan bij de commissie van beroep en beslist zij als er redelijke weigeringsgronden aanwezig zijn, waarna het besluit wordt bekrachtigd of verworpen. Indien de commissie van beroep beslist dat de vergadering dient te worden belegd, is het desbetreffend bestuur gebonden om hiertoe over te gaan, en wel binnen 1 maanden na het genomen besluit. Indien het bestuur na het verstrijken van de termijn de vergadering niet heeft gelegd, zijn de verzoekers bevoegd de vergadering zelf uit te schrijven.

8.12 De vergadering die wordt belegd waarop de besturen, alsmede alle leden van de Partijstructuren aanwezig dient zijn, wordt nader aangeduid als de Ledenvergadering. De Ledenvergadering van de Partijstructuren wordt gehouden zo dikwijls als de voorzitter van het desbetreffend orgaan het nodig acht, doch minimaal 1 maal per kwartaal. De Ledenvergaderingen met bestuursverkiezingen op de agenda, waarover het Hoofdbestuur beslist (en voor wat de Afdelingen betreft, het Hoofdbestuur, tezamen met de RVT), dienen de besturen van Partijstructuren, het Hoofdbestuur en de RVT 1 maand voor de vergadering schriftelijk, dan wel digitaal per e-mail op te roepen, met vermelding van de agenda.

8.13 10% van het aantal bestuursleden van de Partijstructuren is bevoegd schriftelijk een vergadering te verzoeken aan hun desbetreffende voorzitter, met vermelding van de agendapunten. De bepalingen van artikel 6.9 betreffende bestuurders die een vergadering verzoeken, zijn van overeenkomstige toepassing op de leden.

8.14 Het bestuur dient 2 weken voor de Ledenvergadering de oproep schriftelijk, dan wel per e-mail te doen plaatsvinden, waarbij de dag van de oproep en de Ledenvergadering niet is bijberekend.

8.15 De leden kunnen voor de aanvang van de vergadering amendementen en moties in te dienen bij het bestuur.

8.16 Ten aanzien van moties en amendementen zijn de bepalingen van artikel 3.12 en 3.13 HR van overeenkomstige toepassing

8.17 De leden die zich verkiesbaar stellen voor het uitoefenen van een bestuursfunctie in de Onderafdelingen dienen in het ressort van de desbetreffende Onderafdeling woonachtig te zijn.

8.18 De Partijstructuren beleggen een Ledenvergadering zo dikwijls de voorzitter zulks nodig acht, doch minimaal 1 maal per kwartaal. De oproep van de vergadering dient schriftelijk te geschieden, dan wel digitaal per e-mail, waarbij de datum, plaats, tijdstip en adres alwaar de vergadering wordt gehouden dient te zijn vermeld. Indien 10% van het aantal leden binnen deze organen een verzoek doen tot het houden van een vergadering, zijn de bepalingen van artikel 8.11 HR van overeenkomstige toepassing. Leden van de Onderafdelingen die geen afgevaardigden zijn in de Afdelingsvergadering, worden als toehoorder toegelaten.

8.19 De bepalingen in het hoofdstuk van de Onderafdelingen zijn van toepassing op de Kernen.

8.20 De besturen van de Partijstructuren zijn gehouden een ledenregistratielijst erop na te houden.

Beëindiging van het bestuurslidmaatschap

8.21 Het bestuurslidmaatschap van de Partijstructuren eindigt door:

  • het eindigen van het lidmaatschap van de partij overeenkomstig de bepalingen van de statuten en het HR;
  • opzegging door het bestuurslid;
  • ontslag.

8.22 Ingeval van opzegging dient het bestuurslid een opzegtermijn van 3 (drie) maanden in acht te nemen. Het lid is gehouden de opzegging schriftelijk per aangetekend schrijven kenbaar te maken aan het Hoofdbestuur, met vermelding van de reden van opzegging.

8.23 Met betrekking tot het ontslag en schorsing, zijn de bepalingen van artikel 2.6, 2.7 2.10 t/m 2.12, aangaande de in acht te nemen formaliteiten en beroepsmogelijkheden van overeenkomstige toepassing.