Artikel 13: Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 13: Slot- en overgangsbepalingen2019-03-17T00:08:21-03:00

Het Huishoudelijk Reglement (HR)

13.1 Het huishoudelijk reglement wordt vastgesteld en eventueel gewijzigd door de ALV. Het bevat bepalingen ter uitvoering van en aanvulling op de statuten, alsook reglementen houdende bepalingen tot de organisatie van de partij.

13.2 Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, noch met de statuten. Indien toch een strijdigheid optreed tussen de statuten en het HR , beslist de RVT in samenspraak met het Hoofdbestuur welk document van toepassing is in een concreet geval.

Statutenwijziging

13.3 In de statuten van de partij kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de ALV, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat wijziging van de statuten zullen worden voorgelegd.

13.4 Het ALV-bestuur dient de een ALV te beleggen en statutenwijziging als agendapunt op te nemen. Het ALV-bestuur dient tenminste vijf dagen voor de dag der ALV een afschrift van het voorstel, waarin de voorgedragen wijzigingen zijn opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen, tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Daarnaast wordt een afschrift als hiervoor bedoeld schriftelijk, dan wel digitaal per e-mail toegezonden aan alle organen van de partij.

13.5 Een besluit tot statutenwijziging vindt plaats op basis van de gekwalificeerde meerderheid, in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de stemgerechtigde leden tegenwoordig is. Is niet twee/derde van de stemgerechtigde leden tegenwoordig, dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen, waarin over het voorstel, zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, beslist. Is twee derde van het aantal vereiste leden niet aanwezig in deze ALV, wordt bij gewone meerderheid beslist.

13.6 De bestuurders zijn verplicht ten kantore van het handelsregister neer te leggen:

  • een authentiek afschrift van de akte van statutenwijziging;
  • en een volledige doorlopende tekst van de statuten, zoals deze na de wijziging luiden.

Ontbinding

13.7 De partij kan worden ontbonden door een besluit van de ALV.

13.8 De vereffening geschiedt door het bestuur. Het batig saldo na vereffening vervalt aan degenen, die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid waren. Bij het besluit tot ontbinding kan echter ook een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven.

13.9 Na de ontbinding blijft de partij voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de partij uitgaan, moeten aan –haar naam worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”.
De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaar bekende baten meer aanwezig zijn.

13.10 De boeken en bescheiden van de ontbonden partij moeten na de vereffening worden bewaard gedurende de termijn daartoe door de wet gesteld. Bewaarder is degene die door de vereffenaars als zodanig is aangewezen.